Teleworking where it can

Auteur: Manu Steens

In de persconferentie van 3 juni (https://www.info-coronavirus.be/nl/news/nvr-0306/) werden maatregelen voor de afbouw van de lock-down gegeven door de NVR (nationale veiligheidsraad) o.l.v. Eerste Minister Wilmès. Een maatregel daarin waarbij er redelijk wat wrevel bestaat bij sommige werkgevers is: “Het wordt aangeraden om te telewerken als dat mogelijk is.”

Veel werkgevers willen immers dat hun medewerkers terug aan de slag gaan op een 100% rendabele manier. Dat is begrijpelijk en wenselijk, vermits de economie op dit moment door de situatie zeer beschadigd wordt. Is daartoe echter ook 100% aanwezigheid op de werkvloer nodig?

De uitspraak van de NVR is genuanceerd op twee manieren: het zegt immers “het wordt aangeraden” en “als dat mogelijk is”. Met andere woorden dit is interpreteerbaar als volgt: “ beste werkgevers, wij adviseren u om telewerk te blijven toestaan waar dat mogelijk is, er mag natuurlijk teruggekeerd worden naar het werk waar dat niet mogelijk is, beslis zelf maar aub gebruik uw gezond verstand.” En het is dit gezond verstand waar nu zoveel nood aan is. Want wat betekent het als je als zoveel andere werkgevers kort door de bocht gaat en beslist “dat iedereen terug naar de werkvloer”? Daarbij worden argumenten gegeven van “de medewerkers willen sociaal contact met hun collega’s” tot het andere uiterste “ik wil iedereen kunnen vragen stellen als ik die heb” of “het werkt nu niet 100% rendabel”.

Voor alles is een dergelijke reactie als werkgever ongenuanceerd. Het is absoluut. Het houdt geen rekening met de mensen die angst hebben voor besmet te worden tijdens het (openbaar of georganiseerd) vervoer. Een dergelijke actie staat gelijk met het vragen aan de werknemers om ’s ochtends hun hersenen thuis achter te laten bij het vertrek naar het werk en deze ’s avonds pas thuis terug te gebruiken. Daarop betaal je als werkgever emotionele rente. Emoties zet je namelijk niet af. En ingaan tegen emoties werkt zeer sterk demotiverend. Het is daarom beter voor de organisatie om een slechts beperkte aanwezigheid op de werkvloer toe te staan. De vraag is dan, hoe kun je dat het beste doen. Moet je iedereen een dag toewijzen? Of twee dagen? Enz. En dan de rest van de week thuiswerk waar mogelijk?

Het lijkt erop dat dit best “losjes” georganiseerd wordt. De mensen komen best naar de werkvloer als dat nodig is. Wanneer dat nodig is weten zij zelf het beste: zij zijn expert in hun job en weten wanneer ze bepaalde zaken van de werkvloer nodig hebben. Ook wanneer een ontmoeting in den lijve met collega’s belangrijk is. Het principe kan dus beter zijn “je bent welkom op de werkvloer, als je dat nodig acht volgens uw persoonlijke noden” dan op bevel van hoger hand. Want op deze laatste manier wordt het net moeilijker om efficiënt goed en zelfs goed effectief af te spreken en samen te werken. Daarmee kan het principe van bijv. “kom een dag per week naar het werk” flexibel ingevuld worden in samenspraak met hun collega’s. Daarom is het advies: beperk het aantal plaatsen op de werkvloer en in de vergaderlokalen, en laat iedereen een plaatsje reserveren als hij/zij het nodig vindt om die dag niet thuis te werken. Uit de getallen die daaruit naar voor komen kunnen achteraf trouwens belangrijke conclusies getrokken worden in combinatie met de getallen van de prestaties. Bijv. hoeveel kantoorruimte heb je echt nodig, en waar is echt nood aan om 100% rendabel te werken. Daaruit kan je dan verbetervoorstellen doen.

Dit geldt uiteraard niet zo voor productiehallen waar bijv. auto’s geassembleerd worden en waar je het werkvolk nodig hebt. Daarom ook “als dat mogelijk is”.

Manu Steens

Manu works at the Flemish Government in risk management and Business Continuity Management. On this website, he shares his own opinions regarding these and related fields. Since 2012, he has been working at the Crisis Centre of the Flemish Government (CCVO), where he has progressed in BCM, risk management, and crisis management. Since August 2021, he has been a knowledge worker for the CCVO. As of January 2024, he works at the Department of Chancellery and Foreign Affairs of the Flemish Government. Here, he combines BCM, risk management, and crisis management to create a tailored form of resilience management to meet the needs of the Flemish Government.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Recent Posts